De Schuif....

Auteur Ronita Yory

 

        DE SCHUIF…

 

                      1-Maagdenhuis

 

 

In het Maagdenhuis waren de opvoedingsmethoden zéér streng. De kinderen, die er verbleven brachten hun dagen door in de grootste stilte. Ook tijdens het werk. Het was verboden om het tehuis te verlaten zonder de toestemming van de Regent (Vader, verantwoordelijke van het gesticht) Die dag, het was augustus 1798, de zon scheen vrolijk door de ramen. Theresa had de ganse week van ’s morgens tot ’s avonds kant geklosd. Na een sobere maaltijd van slechts  één boterham van half rogge en half tarwebrood, vroeg ze aan  vader: “Mag ik naar het toilet alstublieft?” Hij keek hij haar aan en antwoordde: “Ja, vlug dan, want moeder heeft jou gekozen om te helpen in de keuken!” Ze was echter werkmoe, ze had die week enorm hard gewerkt,  en had  geen zin om zich wéér uit te sloven, ze wilde even een rustpauze… Onderweg naar het sanitair wilde ze  even op  straat  wandelen. Bij het verlaten van de toiletten dacht ze plots: “als ik naar het Backhuis ga laat moeder mij wéér zo hard werken,  een rustpauze vinden ze hier niet nodig. Ze  zag, angstig naar boven, kijkend  waar moeder druk doende was om het middagmaal klaar te maken. Tijdens dit werk keek ze regelmatig door het venster om een oogje in het zeil te houden. Plots hoorde Theresa een gerucht bevend bleef ze   staan en luisterde met een bonzend hart … een deur sloeg met een ruk dicht. De Poorteresse  die de wacht hield verliet haar houten luifel dat beschut werd door weer en wind. Vlug spoedde ze zich naar het Backhuys. Ze wilde wat bier drinken.    Dit was een dagelijkse gewoonte voor zowel kinderen als volwassenen. Toen Theresa de deur hoorde dichtslaan ging haar hart sneller kloppen… Ze keek nogmaals rond en zei tot zichzelf: “ Dit is mijn kans!” Vlug verborg ze zich achter een struik, na nog eens goed rondgekeken te hebben liep ze zo vlug ze kon naar de grote houten poort, met veel moeite kreeg ze, ze open en liep zo vlug ze kon naar buiten. “Oef, het is mij gelukt, het is maar goed dat niemand mij gezien heeft. Zuchtte ze opgelucht. Theresa was reeds enkele uren buiten, toen ze zich realiseerde dat het reeds vijf uur in de namiddag was. “ Oh!” Riep ze verschrikt, “het wordt tijd dat ik terug naar de instelling ga!” Bij deze gedachte stapte vlugger en vlugger. Ze liep door de Boeksteeg (Huidige Nationalestraat) ter hoogte van de Steylaertstraat (huidige Drukkerijstraat) daarna langs Groenkerkhofstraat (huidige Groenplaats verder naar de Veemarkt (huidige Eiermarkt) ze liep verder naar de Meirbrug over de Meere (huidige Meir) Toen Theresa aan de St. Kathelijnevest kwam dacht ze angstig: “ Ik durf eigenlijk niet teruggaan, als ik er aankom dan zal Vader mij zéér zwaar straffen en slaan en de poort is gesloten, hoe raak ik binnen, oh neen ik durf niet teruggaan!” Bij deze gedachte keerde ze op haar stappen terug…  Doelloos liep ze over de Meere tot ze aan de Wetgeverstraat (huidige Jesusstraat) kwam. Ze liep twee dagen door de straten. ’s Nachts sliep ze op een bank in het park. De honger knaagde… Bedelend smeekte ze: “ geef mij alstublieft wat brood, ik heb zo’n honger!” “Ga weg, jij bedelaarster!” Riepen de mensen woedend, haar van zich afduwend. “  ga naar huis!” “Neen!”Dacht ze  “Het Maagdenhuis kan ik geen thuis noemen, het is een gesticht!” Telkens er iemand voorbijkwam vroeg ze, haar hand uitstekend: “Help mij, alstublieft!” Maar niemand wilde luisteren…Radeloos ging ze tegen een gevel zitten met haar hoofd in haar handen. In deze houding zat ze er urenlang, steeds denkend: “Wat moet ik doen?”  Door de vele regenbuien plakte haar kleding aan haar lichaam, zodat ze er nog schameler uitzag. Na uren doelloos rondgedoold te hebben besloot ze ten einde raad toch naar het Maagdenhuis terug te keren. “Ze dacht bij zichzelf: “Straf krijg ik toch, het voornaamste is dat ik deze vieze kleren kan uittrekken en dat ik mij eens goed kan wassen!” Die avond, ’t was reeds 23 uur…. Theresa was verplicht aan te bellen. Toen de Poorteresse de zware eikenhouten deur opende en Theresa zag staan riep ze woedend: “ Wel, wie  we daar hebben, Theresa!” Ze keek een lange tijd het meisje aan en riep woedend: “ Wie heeft jou de toelating gegeven om het gesticht te verlaten?”  “I…Ik weet het niet!” “Nu nog mooier, je weet niet van wie je toelating kreeg, jij ongehoorzaam kind, jij moet gestraft worden, kom dat ik je naar vader breng, dit kunnen wij niet dulden!” Theresa poogde zich nog te verdedigen  en zei: “ Ik was een beetje werkmoe, daarom wilde ik wat ontspanning nemen!” “Oh de juffrouw was werkmoe, ha, daarom liep je weg, ik zal je…!” Bij deze woorden greep ze Theresa’s arm en sleurde haar zonder pardon de trap op  naar de slaapkamer van vader en de moeder, die in het voorgebouw van het gebouw sliepen. Toen de Poorteresse en Theresa boven kwamen, zei ze tot het meisje nors: “ Blijf hier en loop niet weg, ik ga vader verwittigen!” Voorzichtig, om hen niet te doen schrikken klopte ze aan de deur en riep fluisterend: “ Vader, ben je wakker?” “Ja!” Klonk het slaperig, wie is dat?” ’t Is de Poorteresse, hier bij mij staat Theresa, je weet dat ze twee dagen geleden is weggelopen!” “Ja?” Vroeg hij geeuwend, nog drong het niet  tot hem door wat ze gezegd had. “Hey, Vader wordt eens wakker, Theresa staat hier bij mij!” Verbaasd keek haar aan en vroeg terwijl hij zich uittrekte: “ Heb ik dat nu goed gehoord, is Theresa hier, waar?” “ Achter de deur!” Nu werd hij pas goed wakker. Woedend sprong hij recht, gevolgd door zijn vrouw,(moeder en Regentes van het Maagdenhuis.) “ Neen Stefanie!” Riep hij, blijf jij maar hier, dit los ikzelf wel op!” En bij Theresa gekomen vroeg hij bars: ” Wie heeft jou gezegd om naar buiten te gaan, zeg me dat en vlug!” “Ik heu w… wil… wilde w… wa…wat ontspaning!” “Oh de juffrouw wilde wat ontspanning, ha, ha daarom was je ongehoorzaam, vindt je het niet meer nodig om te luisteren?” “Jawel, maar!” “Wat maar?” Dit zeggende gaf hij haar een klinkende oorvijg. “Waarom ging je op straat?” Riep vader buiten zichzelf?” “Ik wilde wat ontspanning!” “Wat zeg je, zeg dat nog eens!” De slaapkamer verder openduwend riep hij nijdig: “ Noem jij dat ontspanning, je bent twee dagen niet meer thuis geweest!” “ Het was niet mijn bedoeling om weg te lopen, ik wilde enkel een uurtje buiten zijn, maar ik liep verder en verder en toen het vijf uur werd durfde ik niet meer terug te komen!” “Waar heb je geslapen?” “ Op een bank in het park!” “Heb jij in het park geslapen, nu nog mooier, de juffrouw leefde als een bedelaarster, jij brengt ons ter schande, jij verdient slaag!” Meteen sprong hij op haar en sloeg haar zonder ophouden in haar gezicht en op haar rug. Door de vele harde klappen viel ze op de grond. Ze smeekte: “ Vader, hou op, ik houd het niet meer uit, ik zal het niet meer doen, alstublieft!” Maar vader had er geen oren naar en sloeg verder… “Jij!” Riep hij woedend, zult zonder mijn toestemming niet meer buitengaan, ik zet je tot zondag in de afzonderingskamer, zonder enige ontspanning, je eten en drinken zal uit water en brood bestaan, begrepen?” Het meisje keek hem ontzet aan  en riep: “ Maar Vader, het is nog maar dinsdag, sluit mij zolang  niet op, ik wil niet opgesloten worden!” “Jij, jij hebt niet te willen, begrepen?” “Neen, neen!” “ neen wie?” neen vader!” Theresa wilde rechtstaan, maar Vader duwde haar steeds terug.  Tijdens de meppen hield ze haar arm voor haar gezicht om haar gelaat te beschermen, ze was bont en blauw geslagen. Even overwon ze haar angst en riep woedend: “Net of jij mij de toelating zou geven om het instituut te verlaten, je weet zéér goed, dat je dat niet zou doen!” Ze keek hem met vlammende ogen aan en tierde: ” Ik haat je, ik wil hier weg, ik ben het beu, je mag dit niet en dàt niet, het is hier een rotinstelling, weet je dat?” Vader schrok even van Theresa’s uitroep, maar na enkele seconden riep hij nijdig. “Nu is het genoeg, nu straf ik je zeker!” jij zult tot zondag je straf uitzitten en nu voor je brutaliteit!“ “ Oh vader het spijt mij, maar zet mij niet in de afzonderingskamer, ik wil niet!” “Wel, meisje ten eerste ben je weggelopen en ten tweede was je wat té brutaal, dit kan ik niet toestaan!” “ Ik wil niet, laat mij bij de andere  meisjes in de slaapzaal, alstublieft!” Smeekte ze nog. “Neen, je had er maar vroeger aan moeten denken, nu is het hiervoor te laat! Dit zeggende nam hij haar bruusk bij haar arm en sleurde de tegenstribbelende Theresa naar de strafkamer. Haar  naar binnen duwend zei hij knarsetandent: ” Hier zul je blijven tot zondag en géén dàg vroeger, begrepen?” Sinds twee dagen zat het kind opgesloten, ze verveelde zich rot en dacht: “ Had ik maar iets te doen, dan duurden de dagen niet zolang, ik zit hier maar, ik word er zenuwachtig van, als de opvoeders komen met het eten vraag ik ze of ze wat naaiwerk of borduurwerk voor mij hebben!” De tijd dat ze nog op hen moest wachten duurde een eeuwigheid. Eindelijk was het zover, ze hoorde de sleutel in het slot… “Hier Theresa hier is je eten!” Zei de opvoedster vriendelijk. “Oh wat ben ik blij, dat je er bent, want ik zou jou willen vragen of je voor mij wat handwerk hebt, ik verveel mij hier rot de dagen gaan zo traag voorbij, ik word hier gek!” “ Het spijt mij, maar ik mag jou niets geven, je moet je straf gelaten ondergaan!” “Mag ik je dan vragen welke dag het is?” Donderdag!”  “Wat is het nog maar donderdag, dan moet ik hier nog vier dagen blijven?”  “ Ja, zo is het en wees nu maar rustig!” “ Rustig, rustig hoe kan ik nu rustig blijven, ik heb hier niets te doen, ik wordt ziek als ik hier nog lang moet blijven!” Vader heeft mij bevolen  er streng op toe te zien dat je, je straf in alle eenzaamheid doorbrengt, het spijt mij!” Terwijl ze de deurklink nog in haar handen hield  zei ze nogmaals: “ Wees kalm anders moet ik dit melden aan vader en dan loop je kans dat je nog langer opgesloten blijft!”“Ja!” Antwoordde Theresa wenend, “ik zal mijn best doen!” Maar naarmate de dagen verstreken werd ze alsmaar zenuwachtiger, ze bonkte nijdig op de muur, beet op haar nagels tot het bloedde en stampte nijdig op de grond. Eindelijk was het zover, Vader kwam zelf  Theresa ophalen en zei: “ Je straftijd is voorbij, maar denk eraan bij een volgende ongehoorzaamheid zal je dubbel zo lang gestraft worden, begrepen?” “ Ja Vader ik zal mijn best doen, ik zal niet meer op straat gaan!” “ Het is je geraden en kom nu, we gaan naar de mis!” Bij de meisjes aangekomen moest iedereen in rijen van vijf gaan staan. Maar voor de stoet vertrok  werden ze in de grootste stilte, zorgvuldig geteld. Theresa’s zenuwen stonden op springen, ze wiegde heen en weer, ze kon onmogelijk blijven  stilstaan. “  Hey, Theresa hou op met wemelen!” Riep Vader boos, je stoort de andere kinderen!” “Wat zegt u Vader?” Vroeg ze verstrooid. “Sta stil en gehoorzaam!” “Oh, vergeef mij, ik heb u niet gehoord!” Omdat het de hoogste tijd was om te vertrekken zei hij enkel: “ ’t Is al goed, kom kinderen we vertrekken!” Iedere zondag werd de mis opgedragen in de St. Joris kerk, honderd meter verder. Toen de kinderen terugkwamen en ze geteld waren riep vader  bevelend:  ” Loop vlug naar de eetzaal en niet praten he?” Monica en Theresa, twee boezemvriendinnen liepen giegelend met de anderen mee… “Hey jullie, maak niet zoveel lawaai, ik eis de grootste stilte begrepen, of ik zal eens aan jullie oren trekken!” Toen de beide meisjes niet reageerden liep hij woedend naar hen en greep beiden aan hun oren en trok zo hard hij kon. Monica en Theresa schreeuwden het uit en riepen: “Trek niet zo hard aan mijn oor, oh dat doet pijn laat mij los!” “Ik heb met jullie meer last dan met het hele gesticht!” Riep  de vader woedend, “Ik zet jullie twee dagen in afzondering!” “Maar vader wij hebben toch niets misdaan, ik wordt nog gek in die strafkamer!” Riep Theresa ontdaan. “Ik heb tweemaal geroepen en maar giegelen en lachen, jullie gehoorzaamden mij niet!” “ Maar Theresa opstandig als ze was  riep nijdig: “ Wij hoorden u niet, is dat soms een zonde?” “jij brutaal nest, omdat je zo onbeleefd bent geweest, mag je na je afzondering  gedurende veertien dagen het hele gesticht schuren, wat betekent dat je’s morgens om zes uur moet opstaan!” Zoals het destijds gebruikelijk was gebeurde het schuren op de knieën, wat zéér vermoeiend was. Moeder (Regentes van het tehuis) was een klein vrouwtje met strenge diepliggende ogen en bijzonder punktueel. Die dag was ze zeer slecht geluimd. Bij haar aankomst in de keuken betrapte ze Theresa, die aan het dweilen was… Toen ze dit zag tierde ze: “ Ik heb gezegd dat je moest schuren, die keuken is nog zo vuil als toen je begon!” “ Maar moeder jij hebt mij dat niet gezegd!” “ Neen ik heb je dat niet gezegd, maar wat heeft vader bevolen?” “ dat ik moest schuren!” “Ha, ha je weet het dan toch, maar je vond het niet nodig om  ons te gehoorzamen!” “Jawel, maar…!” “Wat maar, weet je dat jij een zéér eigenzinnig kind bent, je doet steeds alles wat voor jou goed is!” Plots greep ze Theresa beet en sleurde haar mee naar vader, die in de ontvangstkamer zat. Toen hij zijn vrouw en Theresa zag,  vroeg hij verbaasd: ” Wat heeft dat te betekenen, dat kind heeft net een zware straf achter de rug en nu ben je hier  weer met Theresa!” Ik betrapte haar, toen ze aan het dweilen was!” Dus Theresa was niet aan het schuren?” “Neen, hier moet iets aan gedaan worden, zo kan het niet verder!” “ Inderdaad, er moet dringend een oplossing gevonden  worden!” Toen Theresa dit hoorde poogde ze zich nog te verdedigen en zei met haar voet over en weer schuivend: “ Ik heu… dacht, als ik een  stukje probeer, zal misschien de vloer wel proper zijn!” Vader riep  nijdig: “ als ik iets beveel, dan wil ik dat er gehoorzaamd wordt, begrepen, jij eigenwijs kind!” “ Ik was niet eigenwijs, ik heb enkel geprobeerd, jullie maken altijd van alles een drama, ik wil hier weg, ik ben het beu hier!” “Je wil ons op stang jagen, jouw brutaliteit loopt de spuigaten uit, jouw wil is wet!”  “Dat is niet waar, ik wilde enkel vergelijken, meer niet!”  “ Heb ik jouw mening gevraagd?” “Neen,  maar… !” “Zwijg, nu is het genoeg,” Riep vader driftig,  ik heb er genoeg om door jou  tegengesproken te worden, jij moet hier weg ik ga je bij pleegouders plaatsen!” Theresa wist niet wat ze hoorde en dacht overgelukkig: “Zou  ik eindelijk eens in een écht gezin mogen wonen, zodat ik dit rotgesticht kan verlaten?” “ Plots hoorde ze vader bijzonder vriendelijk zeggen: “ Ga maar terug aan het werk, ik zal zo vlug mogelijk, het  mogelijke doen!”  Het meisje kon wel zingen, neuriënd deed ze verder met haar werk. Toen ze die avond ging slapen, lag er een gelukkige lach op haar gelaat…  Dit is het eerste hoofdstuk, wordt vervolgd....